Toelichting


Het huidig systeem van leven en denken is voor velen te benauwd geworden

In onze huidige maatschappij wordt grote nadruk gelegd op het individuele en op de maatschappelijke vooruitgang van ieder mens en de samenleving als geheel. Toch zijn dat niet meer geheel vanzelfsprekende begrippen. Door de schoksgewijze ontwikkelingen in de laatste helft van de vorige eeuw en nu opnieuw aan het begin van de 21e eeuw zijn allerlei ‘heilige huisjes’ omver gegaan en dat geldt niet alleen voor de traditionele kerk! Op allerlei vlakken zien wij verschuivingen in de samenleving optreden: het leven is niet langer voor ons uitgestippeld door oude tradities en vaste overtuigingen. Relaties, godsdienst, de rol van het werk en van het gezin: het is allemaal aan sterke verandering onderhevig. Dat roept vragen op die verder gaan dan de dag van morgen en het tv-programma voor vanavond. Onontkoombaar worden wij geconfronteerd met de vraag naar de zin en de betekenis van ons leven. Voor sommigen is dat een uitdaging, voor anderen betekent dat een grote mate van onzekerheid.

 

Voorbij ‘huisje-boompje-beestje’

Verschillende moderne denkers hebben gewezen op de belangrijke rol van de persoonlijke spirituele ontwikkeling als een constructieve manier om met deze levensvragen om te gaan: met jezelf en je eigen levenssituatie. Niet weer opnieuw je eigen verantwoordelijkheid uit handen geven, zoals vroeger vaak gebeurde, maar op eigen benen je eigen weg gaan en daarbij de moed hebben om ‘moeilijke vragen’ aan te gaan. Een mens wil meer dan alleen het dagelijks brood en het spreekwoordelijke ‘huisje-boompje-beestje’.
Mario Schoenmaker (1929 - 1997) – de oprichter van het ECC – is zijn eigen geestelijke leerweg gegaan en is daarin voor vele anderen een gids geweest. Kritisch en tegendraads, maar gedreven door een vurige mystieke en tegelijk praktische levensovertuiging heeft hij een nieuwe weg gebaand tussen een traditionele, afhankelijke gelovigheid en een ‘moderne’ kleurloosheid, gebrek aan diepte en scepsis die voor vele mensen tegenwoordig onontkoombaar lijkt. De oude ‘antwoorden’ werken niet meer, maar ondertussen zijn wij vergeten onszelf de belangrijke vragen te stellen.

 

De mens op zoek naar zichzelf

Vanuit zijn eigen ontwikkelingsgang als priester, als spiritueel leraar en ziener heeft hij een nieuw licht geworpen op het belang van de mystieke tradities die de wereld kent. Hij sluit vooral aan bij het zgn. ‘esoterisch christendom’ (Grieks: esōterikos = innerlijk, voor ingewijden). Daarbij gaat het niet om een zich conformeren aan starre opvattingen zoals die vooral aan anderen opgedrongen moeten worden, maar om je eigen geestelijke zoektocht, de ontdekking van jezelf. En dat niet in de zin van een versterking van het ‘ego-tijdperk’, zoals dat wel eens genoemd wordt, maar als een ontdekking van een diepere wezenskern in ons zelf Carl Jung o.a. noemde deze wezenskern het Zelf, ook wel als het ware zelf aangeduid, in onderscheid met het ‘ik’, onze alledaagse identiteit. Er zijn in het werk van Mario Schoenmaker veel herkenningspunten met Rudolf Steiner, de geestelijke vader van de antroposofie, echter op een wijze die toegankelijk is en dicht bij de praktijk van het leven staat.

 

Christus als symbool en baanbreker van de ware menselijkheid

Mario Schoenmaker herontdekte de betekenis van de mens Jezus Christus voor het geheel van de menselijke ontwikkeling, echter op een nieuwe manier, op een esoterische, spirituele wijze. Daarbij staat Christus niet alleen aan het begin van een historische wereldkerk, die aanvankelijk vooral in de westerse wereld zijn opmars heeft gedaan. In Christus komt een menselijkheid aan de dag, zoals die in diepste zin voor ieder mens is weggelegd, als een mogelijke spirituele leerweg, een weg waarin gevoel en verstand, kennis en liefde hand in hand gaan. Naarmate wij vorderen op deze praktisch-geestelijke ontwikkelingsweg manifesteren zich onvermoede mogelijkheden in onszelf. Zo komen wij tot een grotere heelheid en ontplooiing van onze individuele talenten. De geestelijke ‘schat in de akker’ wordt dan opgedolven en komt ter beschikking van ons dagelijks leven. Wij ervaren een verbinding met ons diepere zelf, met het leven als geheel en de mensen om ons heen. Een groter leven - dat reikt voorbij geboorte en dood - begint zich aan ons te openbaren. Een groter vermogen tot liefhebben, een dieper evenwicht en inzicht wordt in onszelf geboren.
Dit wordt wel eens als de ‘tweede geboorte’ aangeduid.